Behrens, een inleiding.

‘ […] ook in onze chemische wereld bestaan er tussenschakels, die met elkaar verbinden wat elkaar afwijst.’ (Johann Wolfgang Goethe, Affiniteiten / Die Wahlverwandtschaften, vert. Ria van Hengel, Athenaeum–Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2010)

Franz Richard Behrens (1895-1977) is in het Nederlandse taalgebied slechts bekend als auteur van één gedicht, ‘Expressionist artillerist’. Die titel vat zijn activiteiten als jonge man samen. Behrens vocht in de Eerste Wereldoorlog als Duitse soldaat aan het oostelijke en het westelijk front en verwerkte zijn overrompelende ervaringen in expressionistische gedichten. In het spoor van August Stramms Wortkunst dichtte hij in geconcentreerde woordkernen, met ultrakorte versregels vol neologismen en klankeffecten.

In 1917 verscheen in Berlijn de bundel Blutblüte (Bloedbloesem), die zijn enige boekpublicatie bleef. Zijn verzameld werk, dat vanaf 1979 met onregelmatige tussenpozen werd uitgegeven in de reeks ‘Frühe Texte der Moderne’ (edition text + kritik) omvat echter vier delen: naast lange gedichten ook aforismen, filosofische gedachten, oorlogsdagboeken, filmscenario’s en -kritieken. Franz Richard Behrens is volgens zijn tekstbezorger Gerhard Rühm ‘niet alleen een van de belangrijkste en esthetisch radicaalste dichters van de eerste helft van de 20e eeuw, hij is tegelijk – even ongelooflijk als symptomatisch – een van degenen die het meest werden miskend en vergeten.’ Na 1925 publiceerde Behrens geen literair werk meer. Hij kwam onder meer aan de kost als sportjournalist, ging tijdens het naziregime in de ‘innere Emigration’, die hij voortzette in de DDR. Hij stierf in Oost-Berlijn, in armoedige omstandigheden.

Begin jaren twintig evolueerde Behrens’ poëzie van Wortkunst naar constructivisme; hij schreef ook prozaïsche montageachtige gedichten. Het lange gedicht ‘Oppauammoniak’ staat op het scharnierpunt. De zegging is nog erg gebald, maar de opeenvolging van woorden en verzen is niet langer subjectief associatief. Er ligt een duidelijk, levendig gehanteerd en afwisselend constructieprincipe aan ten grondslag: de even verzen koppelen als in een relatie twee Duitse voornamen aan elkaar (niet noodzakelijk man-vrouw), de oneven verzen roepen in een opsomming van chemische stoffen en processen de industriële vervaardiging van kunstmest op.

Het gedicht is veel realistischer dan het lijkt. In het dorp Oppau ten noorden van Ludwigshafen vervaardigde BASF meststoffen, meer bepaald stikstofmest. Door de Franse bezetting van het linker Rijnland na de Eerste Wereldoorlog kon het benodigde zwavelzuur nog met moeite worden geïmporteerd en was de fabriek overgeschakeld op ammoniumnitraat of ammoniumsalpeter. Salpeterzuur kan makkelijk uit ammoniak worden vervaardigd.

Omdat ammoniumsalpeter erg explosief is, werd deze stof met ammoniumsulfaat verdund. Bij een routine-explosie van de ammoniumsalpeter die door de luchtvochtigheid modderachtig gips wordt en verhardt, ging het– na duizenden probleemloze ontploffingen – op 20 september 1921 grondig mis. Een twintig meter hoge silo met 4 500 ton ammoniakmest vloog in de lucht. De explosie was tot in München te horen. 561 mensen kwamen om het leven, wel tweeduizend mensen werden gewond. De fabriek en het dorp werden grotendeels vernield, 7 500 mensen waren dakloos. Waar de silo had gestaan, gaapte een krater van honderd meter breed en twintig meter diep. Op het huidige fabrieksterrein vind je nog steeds een ‘Trichterstraße’. Franz Richard Behrens’ gedicht, in hetzelfde jaar geschreven, vervreemdt deze industrieramp: de chemie van en tussen mensen klopt niet altijd.

Erik de Smedt

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s